Geweld is passé, want moorden en mollen is voor dommeriken. Dat beweert een vooraanstaande psycholoog van Harvard tenminste, maar klopt zijn idee ook?
Steven Pinker is een optimist. In een kamerbreed commentaar in het eindbaas-vakblad Nature legt hij uit dat de wereld steeds minder ongezellig wordt: de kans om door geweld een enkeltje eeuwige jachtvelden te krijgen is in een land als Nederland nu zo'n 50 keer kleiner dan in de middeleeuwen.
Ook het van staatswege gepleegd geweld heeft sterk aan populariteit ingeboet. Overheden waren tot een halve eeuw geleden verantwoordelijk voor massa's moorden, zoals bijvoorbeeld de 40 miljoen mensen die de Mongoolse veroveraars in de 13e eeuw met de hand onder de steppe schoffelden – een slachtpartij in dezelfde orde van grootte als de ellende van de Tweede Wereldoorlog, waarvoor het getal nu op 55 miljoen staat.
Genghis Khan en de zijnen waren absoluut niet de enigen die zich op gigantische schaal inlieten met handelingen die tegenwoordig als misdaden tegen de menselijkheid zouden worden bestempeld. Denk kruisvaarders, de berucht bloeddorstige Assyriërs, Romeinen, Napoleon: dodentallen liepen regelmatig in de miljoenen, en dat in een wereld waarin het totaal aanal mensen veel lager lag (bij aanvang van de Mongoolse moordcampagne was de wereldbevolking een zevende van die van het begin van het Derde Rijk). De Aztekenstaat lijkt de kroon te spannen, met een moordcijfer van naar schatting 5 procent.
Vuistbijl
De statenlozen waren volgens Pinker niet veel beter af. Opgravingen suggereren dat ongeveer 15 procent van de pre-formulierenwereldbewoners de prehistorie voor de eeuwigheid verruilde op fysieke instigatie van een medemens met een vuistbijl, waarbij antropologen onder recent nog bestaande stammen met ongeveer dezelfde cijfers komen.
Zowel staten als ongeorganiseerde zooitjes waren vroeger dus levensgevaarlijk. Aangezien grootschalige evolutie van de mens zelf toch iets te traag gaat om onze plotselinge benevolentie te verklaren is de grote vraag natuurlijk: hoe zijn we zulke geweldsschuwe slappelingen geworden?
Nu komt het moment dat onze Harvard-psycholoog gaat verklaren: we zouden ook voor onze niet-direct verwante medemensen meer empathie hebben, onder andere doordat we als alfabeten over hen op het internet kunnen lezen of tijdens een wereldreis mee onder een dak kunnen slapen. Ook onze morele systemen zouden steeds minder gebaseerd op irrationele of religieuze/bijgelovige nonsens.
Drieponder
De grote klapper zit hem volgens Pinker echter in het verbeterd functioneren van die drieponder op zolder. Herinnert u zich het Flynn-effect?
In de jaren tachtig kreeg de Nieuw-Zeelandse filosoof James Flynn een Aha-Erlebnis toen hij ineens zag dat de producenten van IQ-tests ieder jaar de normering een beetje moesten calibreren: gemiddeld moet het IQ immers per definitie 100 zijn, maar mensen worden al decennia steeds beter in breinbrekertjes oplossen. Het is nauwelijks te geloven, maar als u een totaal gemiddelde scholier uit het hedendaagse Almere naar 1910 zou terugflitsen zou die ineens een IQ van 130 hebben, oftewel slimmer zijn dan 98 procent van de rest van de bewoners van de vroege twintigste eeuw.
Die verhoogde intelligentie komt volgens Pinker vooral voort uit een door scholing en meer ervaring vergroot vermogen tot abstract redeneren, en uit eerdere proefjes bleek dat mensen met zo'n grotere hang naar logisch denken minder vaak geweldsdelicten plegen (of minder vaak gepakt worden, denkt uw correspondent dan), vaker samenwerken en minder geneigd zijn tot dogmatisch oordelen. Beter opgeleide maatschappijen blijken ook minder vaak tot burgeroorlog te vervallen, maar ook hier is natuurlijk de vraag in welke richting de causaliteit loopt.
Hooligan
Het lijkt een hoopvol bericht: maak mensen slimmer door ze beter onderwijs te geven en de hooligan kan op de lijst voor bedreigde diersoorten. Toch heeft de werkelijkheid wellicht nog wat onaangename verrassingen in petto.
De paarse olifant in de kamer waar Pinker vakkundig omheenmanouvreert is namelijk de basis onder onze biologie: de stofwisseling. Levende mensen hebben een paar dingen nodig die hun dode soortgenoten prima kunnen missen: voedsel, water en zuurstof.
Schaarste van een van deze componenten zal zelfs in de meest geciviliseerde liberaal-intellectueel alle evolutionaire registers opentrekken. Wie zijn genen wil doorgeven moet metaboliseren, en als het neerkomt op de keuze 'eten of gegeten worden' zal geweld door vrijwel niemand geschuwd worden.
Economieën
Een in augustus in Nature gepubliceerde studie onderstreept dit punt prachtig. In jaren waarin dankzij El Niño de akkers droog en onproductief zijn verdubbelt de kans dat in de betrokken landen rond de evenaar de pleuris uitbreekt: misschien is het gewoon de warmte die de mensen heetgebakerd maakt, maar het lijkt niet ondenkbaar dat karige oogsten en rammelende economieën de verhoudingen extra op scherp zetten.
Het hangt wellicht allemaal samen: een betrouwbaardere beschikbaarheid van eten leidt tot minder voedselrellen, maar kan ook de intelligentie van de hele populatie een zwiep in de goede richting geven. Hersenen vreten energie en beter gevoede kinderen - of kiddo's zonder beestjes in hun darm - scoren gemiddeld waarschijnlijk beter op IQ-tests.
Uiteindelijk waren de Romeinen – anders dan bepaalde Galliërs hardnekkig beweren – geen rare jongens, zeker niet wanneer het ging over het met brood (en spelen, toegegeven) temmen van de gewelddadige neigingen van de bevolking. Dat we er slimmer van worden is leuk, maar om ons rustig te houden lijkt een volle buik het beste medicijn.