Een mutatie die extra sterfte veroorzaakt lijkt ook een positief effect te hebben: vrouwen met een genetische gevoeligheid voor borstkanker krijgen meer kinderen. Is dit een Cruijffiaans voorbeeld van het uitruilen van gunstige tegen minder gunstige omstandigheden?
Ook bij het doorgeven van erfelijke informatie zit iemand wel eens te slapen, waardoor in het naar de volgende generatie gesluisde genenpakket foutjes kunnen sluipen. Afhankelijk van in welk stuk van het DNA zo'n fout terechtkomt heeft de spruit die ermee opgescheept is daar in meerdere of mindere mate last van, met een afbreking van de zwangerschap nog voor de geboorte als ultieme manifestatie.
Ieder mens bevat wel een paar van dit soort foutjes: onleesbare genen, genen waar een paar letters uit missen of die zo slordig zijn overgeschreven dat er uiteindelijk niets meer van klopt. In veel gevallen is dat geen probleem, want we hebben van ieder gen twee kopieën dus kunnen doorgaans op de andere kopie terugvallen.
3 miljard
Omdat het ontstaan van deze fouten doorgaans puur toeval, ofwel pure pech is, verschilt het per persoon in welke genen die fouten zitten. Er is maar één manier om alle 3 miljard genetische letters goed te spellen, maar dus ook 3 miljard verschillende letters die verkeerd kunnen zijn overgeschreven.
Toch komen sommige mutaties veel vaker voor dan op basis van stupide toeval zou mogen worden verwacht. Mutaties in de BRCA genen zijn daar een voorbeeld van: deze mutaties geven hun dragers een verhoogd risico op borstkanker, eierstokkanker en in mannen op prostaatkanker en komen afhankelijk van naar welke ethnische groep je kijkt in een half tot bijna drie procent van de mensen voor.
Evolutionair gezien is het statistisch gezien zeer onwaarschijnlijk dat zo'n beroerd kankergen in zulke relatief hoge percentages voor blijft komen. De natuur maakt wel eens een foutje, maar stoot zich geen 4 miljard jaar aan dezelfde steen.
Malaria
Een fout gen dat zich desalniettemin in hoge percentages handhaaft, dat kan voor biologen eigenlijk maar één ding betekenen: dit is een afweging van een negatief effect met een positief effect. Het bekendste voorbeeld van zo'n afweging is misschien wel het sikkelcelgen, dat als negatief effect heeft dat je er flink ziek van kunt worden maar toch in Afrikaanse populaties veel voorkomt omdat het beschermt tegen de gevolgen van malaria.
Voor het BRCA-gen leek de verklaring altijd te zijn dat je er als vrouw gemiddeld pas last van kreeg op een leeftijd dat het geen gevaar meer kon opleveren voor de voortplanting, dus na de menopauze. Toch bleef dat onbevredigend: als er echt geen nadeel aan zat om op je 50e te sterven dan zouden er veel meer genen zijn die dat veroorzaakten.
Amerikaanse artsen besloten daarom de archieven door te spitten, in de hoop een verband te vinden tussen het dragen van zo'n BRCA-gen en het aantal kinderen dat een vrouw kreeg. Dat was wel al eerder gedaan, maar alleen onder vrouwen die beschikking hadden over carrièrebeschermende pasta's, rubbers en hormoonpilletjes.
Homeopathische bezigheid
Dankzij een enorme database met genetische informatie van mensen in Utah en Idaho konden de onderzoekers terugsnorren wat het kindertal van voor 1930 geboren vrouwen was. In die tijd was anticonceptie immers nog een homeopathische bezigheid vol schimmige kalendermethoden, kerkverlaters en spermadodende crèmes op basis van acaciabast en honing.
En inderdaad: de dames met een risicogen voor het krijgen van borstkanker kregen 6.22 kinderen, tegen 4.19 voor de controlegroep. Ook het gemiddeld aantal jaren tussen de gekregen kinderen lag significant lager onder de vrouwen met de mutatie.
De prijs die de dames betaalden voor deze extra nakomelingen is niet mals: op hun 65e was nog maar 60 procent van hen in leven, terwijl ruim 90 procent van de niet-BRCA-vrouwen op die leeftijd nog vrolijk rondliep. Voor de individuen is zo'n afweging wrang, maar gezien op een geologische tijdschaal is de ruil van een paar levensdecennia tegen twee extra nakomelingen blijkbaar een goede deal.