Met tien man rond een omgehakt sparretje zitten geeft normale mensen buikpijn van de kerstkransjes, maar is voor psychologen een uitgelezen moment om zonder op hun duim te zuigen in hun vrije tijd wat data te verzamelen. Deze week licht 925 een tipje op van de sociale mantel die de dynamiek van het geven van cadeautjes normaliter aan het oog onttrekt.
Het geven van geschenken – of het nou aan uw schoonvader is of aan giro 555 – lijkt uit Darwiniaans oogpunt een weinig houdbare vorm van verspilling. U krijgt er immers geen vaste vergoeding voor terug.
Toch levert het onbaatzuchtig doneren van middelen aan al dan niet bekende anderen u een bonus op, zelfs wanneer dat niet een droge uitruil is van een ingepakte chocoladeletter versus een zitplaats aan de kersttafel. Ook wanneer u een geeltje aan Artsen zonder Grenzen gireert krijgt u daarvoor iets in ruil: een goed gevoel.
Naast dat goede gevoel dat altruïstisch gedrag oplevert is er natuurlijk ook de positieve werking op uw imago. Anderen die u een onbaatzuchtige gift zien doen zullen u daarom hoger waarderen, wat meteen verklaart waarom de nieuwe vriend van uw moeder bij zijn eerste sinterkerst met de familie doorgaans net iets te enthousiast uitpakt met geschenken.
Controlejapanners
Wat echter wanneer de gever minder maalt om hoe anderen hem zien, bijvoorbeeld omdat hij in de staart van de normaalverdeling van karakters huist die door de gekwalificeerde meerderheid die het middeldeel van de bell curve vormen als 'autisme' wordt bestempeld? Met die vraag stopten Japanse onderzoekers tien mensen met autistische eigenschappen in een onderzoekskamertje, en vergeleken hun gedrag met dat van elf controlejapanners.
De gewone Japanners gaven in de proefopzet waarbij ze geld konden doneren aan het goede doel zoals verwacht een stuk meer weg wanneer ze op hun vingers werden gekeken door een van de onderzoekers. Het aanwezig zijn van anderen maakt dat ze hun reputatie willen oppoetsen door zich niet te krenterig op te stellen.
Mensen met autisme lijken dat probleem niet te hebben. Die gaven altijd even veel aan het goede doel, of er nou mensen bij aanwezig waren of niet.
Intrinsieke motivatie
Blijkbaar ervaren de autistische types niet de bonus van een betere reputatie wanneer ze voor het oog van anderen altruïsme bedrijven. Ze geven gewoon op basis van hun intrinsieke motivatie en missen de hypocriete laag die 'gewone' mensen stimuleert om meer te geven wanneer ze weten dat ze bekeken worden.
Waarschijnlijk hangt dit verschijnsel samen met een gebrekkig vermogen om zich in de gedachten van anderen te verplaatsen. De mensen met autisme kunnen zich niet inleven in de geest van hun waarnemers, waardoor het voor hen ook niet mogelijk is om automatisch te weten wat het sociaal gewenste gedrag is dat ze voor de anderen zouden kunnen laten zien.
Met deze kennis in gedachten kunt u nu met een gerust hart richting uw diner met familieleden die u slechts éénmaal per jaar ziet. Aan de hand van de pakjes aan de voet van de al dan niet kunststofden kunt u zich de hele avond vermaken met het analyseren van de al dan niet autistische trekjes van het gezelschap.