Er zijn twee soorten autoliefhebbers: zij die zelf aan hun auto sleutelen en zij die dat niet doen. Ik zit daar precies tussenin.
Zo lang ik mij kan herinneren vragen mijn vrienden me om advies als het op auto's aankomt. En ongeveer net zo lang al ben ik bang dat ze me die ene vraag stellen: de vraag die mij zal ontmaskeren, die pijnlijk duidelijk zal maken dat ik eigenlijk helemaal geen verstand heb van auto's. Van de techniek, bedoel ik dan; over de rijkwaliteiten van de nieuwe Aston Martin V12 Zagato kan ik een uur praten, nog voordat Ronald van de Laar en ik hem in Milaan hebben getest.
Nee, dan bedoel ik vragen als 'Zeg Niels, hoe werkt een differentieel eigenlijk precies?' en: 'Mijn Clio maakt een ratelend geluid als ik een bocht in z'n drie neem, maar alleen als we met z'n vijven in de auto zitten.' Dat weet ik namelijk niet (wat ik wel weet, is dat je niet met vijf man in een Clio moet zitten). De waarheid is dat ik diep van binnen een boulevardliefhebber ben: iemand die in een bijzondere auto - liefst vooroorlogs, dat dan weer wel - langs een vol terras met veel tussengas wil terugschakelen, zodat alle hoofden zich even naar me omdraaien. De weg is mijn podium.
Het is niet zo dat techniek me niet interesseert. En ik ben ook niet onhandig. Ik hou ervan om moeren op bouten te draaien. Maar ik ben niet opgegroeid onder een auto, zoals mijn vader. Bovendien is de alfa in mij hardnekkig. Zo heb ik laatst bij een benzinepomp een half uur gedaan over het verwisselen van een koplamp (het lampje, niet de hele lamp). Niet iets om over op te scheppen bij mijn autovrienden. Al ben ik in goed gezelschap: Top Gears James May is eens anderhalf uur op zoek geweest naar de accu van zijn Ferrari F430.
Ik heb daar wel een verklaring voor, die toenemende onbekendheid van mijn generatie met wat er zich onder de motorkap afspeelt: wij hoeven niet zoveel van auto's te weten. De tijd dat je op de N-weg tussen Zwolle en Groningen in the middle of nowhere kon stranden met je 2CV en je leven afhing van het repareren van een geknapte gaskabel, ligt ver achter ons. Het fenomeen leasen helpt ook niet. Ik heb vrienden die hun BMW 3-serie diesel om 8.30 uur volgooien met ongelode benzine en om 9.00 uur alsnog op tijd op hun afspraak zijn. De Wegenwacht is altijd dichtbij. Een wiel verwisselen? Wel eens op tv gezien.
En tóch sta ik het liefst in een overall en met mijn haar vol olie onze Bugatti Type 57 te restaureren. In een garage met echte mannen en een slechte radiozender. Al betekent het verhaal hierboven dat ik in de pikorde behoorlijk onderaan sta. Aan motivatie overigens geen gebrek: hoe harder ik schuur en polijst, hoe sneller ik weer langs een vol terras kan rijden. En wie weet kan ik jullie ooit nog eens uitleggen hoe een differentieel werkt.
Niels Godron is schrijver (onder meer voor 925, als enige blogger van het eerste uur die nog niet bij De Wereld Draait Door aan tafel heeft gezeten), theatermaker en groot autoliefhebber. Als hij niet aan auto's sleutelt of er in rijdt, is hij meestal goed te volgen op Twitter.